Dit is de 281e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over:
Wat gebeurt er als renners het zonder oortjes moeten doen?
Negentig kilometer voor de finish in Montréal ging Mathieu van der Poel er gewoon vandoor. Geen ploegleider in zijn oor, geen ploegmaat die doorgaf wie er reageerde. Op het WK is wielrennen zonder oortjes de regel, en juist dat leverde een van de wildste koersen van het jaar op.
Het ontbreken van oortjes zegt alleen weinig over wat een renner wel of niet weet. De interessantere vraag gaat dieper: hoeveel heeft een topsporter nog aan alle technologie, en hoeveel doet hij op gevoel?
Het antwoord verrast: een ervaren renner voelt opvallend precies wat hij trapt. En veel vernieuwing in materiaal en houding blijkt maatwerk per renner.
De uitslag liet zien hoe open de koers was. Brandon McNulty soleerde naar de wereldtitel, voor Michael Matthews en Van der Poel. Een dag eerder won Demi Vollering bij de vrouwen de sprint van Kasia Niewiadoma.
Waarom oortjes ooit een innovatie waren
Wat nu vanzelfsprekend lijkt, begon als experiment. Jan Raas was in 1988 als ploegleider van Superconfex de eerste die zijn renners met oortjes liet koersen. Regels bestonden er nog niet. Binnen een paar jaar reden ook andere ploegen ermee.
Met de oortjes kwam de kritiek. De wielerunie UCI vreest dat renners pionnen worden van de ploegleider. Ploegen en renners wijzen juist op veiligheid: bij een zware val of een gevaarlijke bocht moet informatie snel het peloton in.
Die botsing kwam in 2024 op scherp te staan. De UCI beperkte bij wijze van proef het gebruik van oortjes in de Ronde van Polen en de Vuelta a Burgos. In Polen viel Nicolas Debeaumarché zwaar in een afdaling, waarna ploegen de UCI verweten dat hulp en waarschuwingen te traag op gang kwamen.
Het veiligheidsargument weegt zwaar sinds het WK van 2024, waar een junior na een val lange tijd onopgemerkt bleef en een dag later overleed. Toch blijven het WK en de Olympische Spelen de koersen waar wielrennen zonder oortjes verplicht is, omdat daar in landenploegen wordt gereden.
Wordt wielrennen zonder oortjes spannender?
Veel kijkers hadden het gevoel dat het WK juist door het ontbreken van oortjes zo spectaculair werd. Sportarts en coach Guido Vroemen is daar voorzichtig in. Renners weten volgens hem heel goed hoe de koers ervoor staat, ook zonder radio. Borden met tijdsverschillen en hun eigen waarneming vertellen genoeg.
Tegelijk ziet Guido als coach dat informatie helpt. Bij mountainbikers en triatleten roept hij zelf tijdsverschillen door, zodat ze kunnen anticiperen. Maar weten is nog geen kunnen: wie een helling niet harder op kan, wint weinig met extra informatie.
Een grotere factor is volgens Guido het ploegbelang. Op een WK rijden renners voor hun land, maar hun contract ligt bij een merkploeg. Isaac del Toro en McNulty zijn ploeggenoten bij UAE Emirates XRG, en volgens Guido was dat in de finale terug te zien. Dat is zijn lezing van de koers, geen vastgesteld feit.
De Amerikanen speelden het ploegenspel in elk geval sterk. Matteo Jorgenson cijferde zich volledig weg voor McNulty. Bij de Nederlandse vrouwen lag de rolverdeling nog explicieter vast: bondscoach Laurens ten Dam maakte vooraf duidelijk dat Vollering de enige kopvrouw was.
Volgens de Bureau Sport Podcast, op basis van uitspraken van Ten Dam in de media, stonden daar ook financiële afspraken tegenover. Guido kent dat mechanisme uit de praktijk: wie heel graag wil winnen, deelt de beloning met de knechten die voor de kopvrouw het gat dichtrijden.
Waarom duurt een WK wielrennen zo lang?
Ruim 270 kilometer bij de mannen, zo’n 180 bij de vrouwen. De eerste honderd kilometer lijken voor een tv-kijker weinig toe te voegen. Toch hebben ze een functie, legt Jurgen van Teeffelen uit. Pas na een paar uur is er genoeg vermoeidheid opgebouwd om te zien wie de meeste durability heeft, oftewel fysiologische veerkracht.
Jurgen pleitte eerder al voor meer gelijke afstanden voor mannen en vrouwen, omdat mannen nog altijd anderhalf keer zo ver fietsen. Na dit WK kiest hij vooral voor één kant van dat voorstel: laat de vrouwen langer koersen, want juist die lange duur maakt een WK uniek.
Hoeveel levert de puppy paws-houding op?
Vollering kreeg na haar wereldtitel een boete van 1000 Zwitserse frank, een gele kaart en 25 UCI-punten aftrek. De jury sprak van een niet-toegestane positie op de fiets, zonder te zeggen welke. Vermoedelijk ging het om puppy paws: de onderarmen plat op het stuur, zoals op een tijdritfiets.
Die houding is sinds april 2021 verboden in wegwedstrijden. De UCI noemt veiligheid als reden, want zo kun je slecht sturen en remmen. Dat renners het toch doen, zegt veel over de winst die ze ervan verwachten.
Hoe groot die winst precies is, weet de wetenschap minder goed dan je denkt. Windexpert Bert Blocken vergeleek in 2018 vijftien afdaalhoudingen met computersimulaties en windtunnelmetingen. De beroemde afdaalhouding van Chris Froome bleek niet de snelste: andere houdingen waren tot 7,2 procent sneller en stabieler.
Kleine verschillen in houding maken dus aantoonbaar uit. Een los getal voor puppy paws op de vlakke weg levert die studie niet. Voor recreanten in een groep is de afweging eenvoudig: het valrisico weegt zwaarder dan een paar watt winst.
En rijden vlak langs de dranghekken? Volgens Jurgen hangt het voordeel vooral af van de wind, en voelt dezelfde snelheid tussen publiek en hekken waarschijnlijk sneller aan. Harde cijfers ontbreken.
Waarom aerodynamica maatwerk is geworden
Alles aan fiets en kleding is tot op de vezel doorgemeten, en toch rijden renners met kettinkjes, dikke horloges, WHOOP-banden, wapperende haren of een flinke snor. Hoe rijmt dat met de jacht op marginale winst?
Volgens Guido is aerodynamica in een wegwedstrijd belangrijk, maar lang niet het belangrijkste. Sommige keuzes maken renners omdat ze er een goed gevoel bij hebben, zoals een kettinkje dat geluk brengt. Andere hebben een commerciële achtergrond: een sponsor betaalt ervoor dat zijn horloge of band zichtbaar is.
In de tijdrit ligt dat anders. Daar draait vrijwel alles om zo min mogelijk luchtweerstand. Jurgen wijst op de tijdrithouding van Van der Poel, die de afgelopen jaren verschoof van een vlakke rug met horizontale armen naar een hogere bidsprinkhaanhouding, met de handen hoog voor het gezicht.
Wat snel oogt, is niet altijd snel. Een renner die hoog zit, met een gat tussen hoofd en handen, kan in de windtunnel beter scoren dan je op het oog zou denken. Het gaat niet alleen om het frontale oppervlak, legt Jurgen uit, maar ook om hoe de lucht langs het lichaam stroomt.
Daarom valt er van buitenaf weinig te zeggen over overschoenen, een rits op de rug of glimmende stof op de bovenbenen. Bij de ene renner werkt het, bij de andere niet. De enige manier om het te weten is meten, per renner. En daarbij mag een snellere houding het vermogen niet aantasten.
Grotere wielen, andere cranks en één voorblad
Ook in het materiaal schuift de trend richting maatwerk. Op demodagen van fietsmerken duiken de eerste mountainbikes met 32 inch-wielen op, na 26, 27,5 en 29 inch. Grotere wielen rollen makkelijker over wortels en stenen, omdat de aanvalshoek gunstiger is.
Guido ziet daar vooral winst voor renners van 1,90 meter en langer, bij wie een frame met 29 inch-wielen uit verhouding raakt. Voor kleinere renners en de bochtige trails in Nederland verwacht hij weinig voordeel. Een groter wiel is zwaarder en maakt de fiets logger in bochten en bij het versnellen.
Bij cranks speelt een vergelijkbaar debat: volgens Jurgen hebben kleinere renners meer aan kortere cranks en grotere renners aan langere.
Dan het aandrijfsysteem. Van der Poel reed volgens oplettende kijkers met één voorblad en dertien kransjes, iets wat ook oud-prof Tom Dumoulin na het WK op tv besprak. Worden de stappen tussen de versnellingen dan niet te groot?
Guido rijdt zelf zo’n systeem op zijn gravelfiets en ziet het probleem niet. De stappen worden pas groot bij de grootste kransjes, en juist daar wil je grote sprongen. Profs zoeken meestal een cadans van 90 tot 100 omwentelingen per minuut en schakelen daaromheen.
Het gevoel van net te zwaar of net te licht trappen heeft volgens Guido vooral met vermoeidheid te maken. Wie fris is, draait makkelijk iets sneller of iets zwaarder. Na 250 kilometer is die frisheid op, en dan voelt geen enkele versnelling meer goed.
Frisheid hangt ook samen met brandstof. Opvallend weinig renners waren in beeld aan het eten. Jurgen vermoedt dat veel koolhydraten via de bidon gaan, want in het profpeloton wordt tegenwoordig over 120 gram koolhydraten per uur gesproken, soms zelfs meer.
Weten profrenners zonder wattagemeter wat ze trappen?
Hier wordt het WK interessant voor iedere sporter. Wielrennen zonder oortjes betekent ook: geen ploegleider die roept dat er nog vijf watt bij moet. Hoe weet een renner in de aanval dan welk vermogen hij kan volhouden?
Het korte antwoord: een ervaren renner voelt dat verrassend precies. Stop zijn fietscomputer in een rugzak, zegt Guido, en hij rijdt nog steeds het juiste tempo. De koppeling tussen gevoel en vermogen zit er na jaren training in.
Guido test dat bij zichzelf. Rijdt hij een kwartier op vast tempo met afgeplakte fietscomputer, dan zit hij bij het schatten van zijn vermogen maar een paar watt naast. Dat is geen talent, maar geleerd: door telkens gevoel en meting naast elkaar te leggen.
Wetenschappelijk onderzoek wijst dezelfde kant op. Teun van Erp deed als wetenschapper in het profpeloton onderzoek naar de belasting van profrenners en zag dat zij hun inspanning op gevoel nauwkeurig inschatten.
Ook een studie van onderzoekers uit onder meer Groningen sluit daarop aan. Twintig ervaren fietsers en triatleten reden in het lab een tijdrit van 20 kilometer. De helft zag alles: snelheid, hartslag, vermogen, cadans, tijd en afstand. De andere helft zag niets.
De groep zonder enige informatie presteerde niet significant slechter.
Met informatie deden de renners gemiddeld 28,86 minuten over de tijdrit, zonder informatie 30,95 minuten. Bij deze kleine groep was dat verschil niet significant. Uit de publicatie blijkt bovendien dat de indeling wel verschilde: alleen de groep met informatie plaatste een eindsprint.
Voor deze podcast is dit een mooi rondje. In de allereerste aflevering werd dit soort onderzoek nog vertaald naar de stelling dat een wattagemeter onzin is. Inmiddels ligt dat genuanceerder. De meter is vooral waardevol achteraf, om van je ritten te leren en je gevoel te ijken.
Bestaat de vloek van de regenboogtrui?
McNulty rijdt volgend seizoen in de regenboogtrui, en daarmee leeft een oud bijgeloof weer op. Tom Simpson brak na zijn titel van 1965 zijn been tijdens het skiën. Jean-Pierre Monseré verongelukte in 1971 terwijl hij de regenboogtrui droeg.
Ook nu is er zo’n verhaal. Tadej Pogačar, wereldkampioen in 2024 en 2025, kwam dit jaar in de Vuelta zwaar ten val en kon zijn titel in Montréal niet verdedigen.
Toch zeggen zulke verhalen weinig: je onthoudt de kampioen met pech, niet de kampioen die gewoon doorwint. De Zwitserse epidemioloog Thomas Perneger zette daarom alle wereldkampioenen van 1965 tot en met 2013 op een rij en publiceerde zijn analyse in 2015 in de BMJ.
Hij toetste drie verklaringen. Het spotlight-effect: iedereen let gewoon meer op de wereldkampioen. De marked man-hypothese: rivalen houden de renner in de opvallende trui scherper in de gaten. En regressie naar het gemiddelde: na een uitzonderlijk goed seizoen volgt bijna altijd een minder goed jaar.
De cijfers laten eerst een echte daling zien. Wereldkampioenen wonnen in hun titeljaar gemiddeld 5,04 koersen, in het jaar in de regenboogtrui 3,96 en het jaar daarna 3,47. Die terugval is statistisch significant.
Maar winnaars van de Ronde van Lombardije, zonder bijzondere trui, laten precies hetzelfde patroon zien.
Zij gingen van 5,08 naar 4,22 naar 3,83 zeges. Het jaar in de regenboogtrui verschilde niet van andere seizoenen. De conclusie van Perneger: de wereldkampioen wint minder, maar dat komt door regressie naar het gemiddelde, niet door een vloek. Het thema kwam eerder ook aan bod in aflevering 36 over sportkleding.
Of McNulty volgend jaar veel wint, hangt dus vooral af van hoe uitzonderlijk zijn seizoen van 2026 was. De trui zelf doet er weinig toe.
Praktische take-aways
Leer je eigen gevoel lezen
De wattagemeter is vooral een leermeester. Hoe vaker je gevoel en meting naast elkaar legt, hoe beter je het zonder kunt wanneer het erop aankomt.
Concreet: rijd tijdens je volgende duurrit een kwartier op vast tempo met afgeplakte fietscomputer, schat daarna je vermogen en hartslag en vergelijk dat met de data.
Test aerodynamica op jezelf, niet op de profs
Wat bij een prof werkt, hoeft bij jou niet te werken. Aerodynamica is persoonlijk, en een houding die vermogen kost, levert netto niets op. In een groep gaat veiligheid altijd voor.
Concreet: vergelijk een nieuwe houding of een aerodynamisch kledingstuk op een vast rondje, bij gelijk vermogen en weinig wind, en kijk of je gemiddelde snelheid echt verandert.
Fiets met zin
De belangrijkste les die Guido Vroemen na dit wielerseizoen meegeeft: fiets omdat je er blij van wordt. Getallen vallen soms tegen, en dan houdt vooral plezier je op de fiets. Een half uur buiten fietsen is ook waardevol, al is de trainingsprikkel kleiner.
Concreet: plan deze week één rit van een half uur zonder schema, zonder vermogensdoel en zonder naar je getallen te kijken.
Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:
1. Waarom is wielrennen zonder oortjes zo omstreden?
Oortjes kwamen in 1988 in het peloton, toen Jan Raas zijn renners van Superconfex ermee liet koersen. Volgens Jurgen van Teeffelen botsen sindsdien twee belangen. De UCI vindt dat renners te veel pionnen van de ploegleider worden en ziet koersen zonder radio als spannender. Ploegen en renners wijzen op veiligheid: bij valpartijen en gevaarlijke passages moet informatie snel doorkomen. Toen de UCI in 2024 in de Ronde van Polen met beperkte oortjes experimenteerde, leidde een zware val tot felle kritiek van de ploegen.
2. Wat laat onderzoek zien over fietsen zonder wattagemeter of fietscomputer?
Ervaren renners blijken hun inspanning op gevoel verrassend goed in te schatten. In een studie uit 2016 reden twintig getrainde fietsers en triatleten een tijdrit van 20 kilometer, de helft met alle data en de helft zonder enige informatie. Het verschil in prestatie was niet significant, al plaatste alleen de groep met data een eindsprint. Onderzoek van Teun van Erp bij profrenners wijst dezelfde kant op. Guido Vroemen ziet de wattagemeter daarom vooral als leermiddel om gevoel en meting aan elkaar te koppelen.
3. Waarom is de puppy paws-houding verboden in het wielrennen?
Bij puppy paws leg je je onderarmen plat op het stuur, zoals op een tijdritfiets. Dat levert aerodynamische winst op, maar zo kun je slecht sturen en remmen. De UCI verbiedt de houding daarom sinds april 2021 in wegwedstrijden. Wie betrapt wordt, krijgt een boete en een gele kaart, zoals Demi Vollering na haar wereldtitel in Montréal. Hoe groot de winst precies is, is niet goed onderzocht. Voor recreanten in een groep geldt hetzelfde veiligheidsargument: het valrisico weegt zwaarder dan een paar watt.
4. Wat verklaart de vloek van de regenboogtrui in het wielrennen?
Wereldkampioenen winnen in het jaar dat ze de regenboogtrui dragen gemiddeld minder dan in hun titeljaar. De Zwitserse epidemioloog Thomas Perneger analyseerde alle wereldkampioenen van 1965 tot en met 2013 en zag een daling van 5,04 naar 3,96 zeges per seizoen. Winnaars van de Ronde van Lombardije lieten echter hetzelfde patroon zien, zonder speciale trui. De beste verklaring is daarom regressie naar het gemiddelde: na een uitzonderlijk goed jaar volgt bijna altijd een minder goed jaar. Van een vloek is geen sprake.
5. Welke aerodynamische aanpassingen leveren een wielrenner echt tijdwinst op?
Dat verschilt per renner. Volgens Jurgen van Teeffelen gaat het niet alleen om een klein frontaal oppervlak, maar ook om hoe de lucht langs het lichaam stroomt. Een hoge houding of een rits op de rug kan bij de ene renner sneller zijn en bij de andere niet. Overschoenen, speciale stoffen en nieuwe houdingen moet je daarom per renner meten. Daarbij geldt een harde voorwaarde: een snellere houding mag het vermogen niet aantasten. Anders levert de aerodynamische winst netto niets op.
Handige bronnen en links
- Artikel van Jurgen op Het is Koers over de vloek van de regenboogtrui
https://hetiskoers.nl/de-regenboogtrui-zit-peter-sagan-even-niet-zo-lekker/ - Aflevering 280, over de nieuwe lactaatgel: zinvol of onzin?
https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-14/280-lactaatgel-zinvol-of-onzin/ - Aflevering 160, over slim je energie verdelen (pacing) met Stein Menting
https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-8/160-slimmer-je-beste-tempo-oppakken-met-tips-van-stein-menting/ - Aflevering 273, over durability en waarom vrouwen mogelijk in het voordeel zijn tijdens ultra’s
https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-13/273-waarom-zijn-vrouwen-zo-goed-in-ultrarunning-de-wetenschap-achter-durability/ - Aflevering 30, over innovaties in het wielrennen en of ze allemaal zo nuttig zijn
https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-2/innovaties-in-het-wielrennen-zijn-ze-allemaal-zo-nuttig/



