Categorieën
Innovaties Seizoen 2 Wielrennen

30. Innovaties in het wielrennen: zijn ze allemaal zo nuttig?

Home » Wielrennen » Pagina 3

Dit is de 30ste aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over ‘Innovaties in het wielrennen: zijn ze allemaal zo nuttig?’.

De Tour en het WK zijn net voorbij en nu zitten we alweer midden in de Giro en de ‘voorjaarsklassiekers’. Het is eindelijk weer koers! Opvallend is dat het peloton ieder jaar weer een stukje harder lijkt te gaan. In hoeverre hebben innovaties als windtunnels, voedingsapps, hoogtestages en ketonen hieraan bijgedragen? En wat heeft de amateurfietser eigenlijk aan al die nieuwe ontwikkelingen in de wielersport? Je hoort het in de 30e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast.

Het begin van innovaties in het wielrennen

Toen Primoz Roglic op 19 september 2020 ontredderd op de top van La Planche des Belles Filles neerzeeg vanwege het verlies van de gele trui aan zijn landgenoot Tadej Pogacar, gingen onherroepelijk de herinneringen van veel wielerliefhebbers terug naar 23 juli 1989. Even hulpeloos als Roglic ruim dertig jaar later lag die dag Laurent Fignon, de Fransman met de kenmerkende studentenbril en blonde paardenstaart, uitgeput op het asfalt van de Champs-Élysées. Weg was de gele trui en de Tourwinst: Fignon had 8 seconden te lang over de afsluitende tijdrit van Versailles naar hartje Parijs gedaan.

Greg Lemond nam in 1989 de hoogste trede van het Tourpodium in. Waar de Amerikaan op de afsluitende dag zijn ‘buitenaardse’ snelheid van gemiddeld 54 en een halve kilometer per uur vandaan had getoverd, was toen nog grotendeels gissen. Dat is tegenwoordig wel anders. Een goede stroomlijn op de fiets tijdens een tijdrit is een basisvoorwaarde voor een renner die hoog wil eindigen in het klassement. Het revolutionaire triatlonstuur en de Calimero-helm waar Lemond destijds mee op de proppen kwam, bleken dan ook blijvende innovaties in de wielersport. Om kleine procentjes winst te halen, laten ploegen tegenwoordig hun fietsen, helmen en kleding doormeten in de windtunnel waar ook de renners zelf opgevouwen op hun tijdritfiets de koude luchtstromen moeten doorstaan.

En aerodynamica is nog maar één aspect waar een wielerteam veel aandacht, tijd en geld aan besteed. Uitgekiende trainingsschema’s, gebalanceerde voedingsstrategieën al dan niet met ketonen op het menu, trainingskampen in de bergen: het heeft er alle schijn van dat wetenschappelijke kennis op alle fronten toegepast wordt in het moderne wielrennen. Maar is dit ook zo en wat is het bewijs dat deze innovaties de fietsprestatie echt helpen?

In de 30e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast nemen Gerrit en Jurgen de vernieuwingen en innovaties in het wielrennen van de laatste jaren onder de loep en tijdens het ‘Zoomen met Vroemen’ horen zij coach Guido Vroemen uit over de laatste foefjes op het gebied van de aerodynamica.

Video over Innovaties in het wielrennen: zijn ze allemaal zo nuttig?

Categorieën
Hardlopen Seizoen 2 Sport psychologie Wielrennen

27. De Solo Rider: Hoe sterk is de eenzame fietser (hardloper, zwemmer, schaatser…)?

Home » Wielrennen » Pagina 3

Dit is de 27ste aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over ‘De Solo Rider: Hoe sterk is de eenzame fietser (hardloper, zwemmer, schaatser, …)?’.

Een mooier slotstuk kan de Tour van 2020 zich niet wensen. De 36 kilometer lange tijdrit met de klim naar La Planche des Belles Filles betekent dat de renners voor het eerst helemaal op zichzelf aangewezen zijn, zonder ploeggenoten om ze uit de wind te houden of moed in te spreken bij tegenslag. Maar waarom voelt alleen sporten zoveel zwaarder dan samen in een groep en hoe zorg je ervoor dat je in je uppie ook het beste uit jezelf haalt?

Verplicht solo riders door corona

Wellicht was dit nog een positieve bijdrage die corona aan atleten gaf: in groepen sporten mocht lange tijd niet dus moest er alleen getraind worden. En dat is een stuk lastiger. Het gemak van de slipstream om energie te sparen zal iedere wielrenner wel kennen maar er is nog een voordeel wanneer er anderen in de buurt zijn wanneer je op de fiets zit of aan het hardlopen bent.

Op grond van onderzoek concludeerde de Amerikaanse psycholoog Norman Triplett in 1898 namelijk al dat wanneer mensen in groepsverband de competitie aangaan er verborgen krachten vrijkomen. Dit groepsgedrag is onbewust: sporters bij elkaar gedragen zich niet anders dan kakkerlakken die in een donkere buis naar de uitgang worden gelokt met een lampje. Ook zij bewegen sneller wanneer ze met soortgenoten in de buis worden gezet dan in hun eentje, zo volgt uit onderzoek van de bekende Amerikaans-Poolse psycholoog Robert Zajonc.

Volgens het fenomeen van sociale facilitatie roept de aanwezigheid van anderen een dusdanige spanning in ons op dat ons lichaam overgaat op de automatische piloot en daardoor eenvoudige taken beter kan verrichten. En wat is de meest eenvoudige taak voor een wielrenner, zwemmer, hardloper en schaatser? Juist ja, fietsen, zwemmen, rennen en schaatsen.

Virtuele motivatie

Hiervoor is niet eens een hele groep nodig. Eén tegenstander is al genoeg en die hoeft niet eens van vlees en bloed te zijn. Dit laat onderzoek van onder andere de Rijksuniversiteit in Groningen zien. Goedgetrainde wielrenners trapten tijdens een tijdrit van vier kilometer op de fietsergometer een groter vermogen wanneer ze op het scherm voor zich een virtuele tegenstander in de vorm van een avatar zagen fietsen dan wanneer die niet in beeld was.

Het is geen gekke gedachte daarom dat er allerlei technologische initiatieven opduiken waarin een atleet de strijd kan aangaan met een virtuele tegenstander. De meeste wielrenners kennen Zwift inmiddels maar wat te denken van de ‘Ghost Pacer’, een VR-bril die ervoor zorgt dat er een avatar met je meeloopt in precies het tempo dat jij wil. Maar er zijn ook psychologische trucjes om het sporten in je uppie gemakkelijker te maken. Denk aan positieve zelfspraak of de gedachte aan een lachend gezicht met als doel om niet afgeleid te worden door vervelende gedachten en twijfels die zich in het hoofd aandienen wanneer de inspanning veel van je vraagt.

In de 27e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast gaan Gerrit en Jurgen dieper in op de wetenschappelijke inzichten van het alleen sporten en vertellen ze over hun eigen ervaringen wanneer er (geen) tegenstanders in de buurt zijn. Tijdens het ‘Zoomen met Vroemen’ horen ze van coach Guido Vroemen of hij op dit gebied nog speciale tips en tricks voor zijn atleten gebruikt.

Video over De Solo Rider: Hoe sterk is de eenzame fietser (hardloper, zwemmer, schaatser, …)?

Categorieën
Hardlopen Seizoen 2 Sportvoeding Wielrennen

25. Wat moet je eten voor extreme sportieve inspanning?

Home » Wielrennen » Pagina 3

Dit is de 25ste aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Wat moet je eten voor en tijdens extreme sportieve inspanning?

De renners in de Tour de France zijn nog niet halverwege maar hun verbrandingsmotor loopt al een week op volle toeren. Wielrenners verbruiken dan ook bakken met energie tijdens de drie weken die de Tour duurt en moeten flink bijeten om op gewicht te blijven. Maar wat als je veel langer door moet, hoe krijg je dan je energie binnen? Wat moet je dan eten voor het sporten?

Het belang van eten voor en tijdens het sporten

Opgeven door te weinig energie binnen te krijgen overkomt de beste atleten. Tijdens zijn eerste poging in 2018 om de Elfstedentocht zwemmend te volbrengen moest Maarten van der Weijden na 55 uur opgeven en dat kwam voornamelijk omdat hij onvoldoende eten en drinken naar binnen wist te werken. Dit lukt de meeste wielrenners tijdens de Tour tegenwoordig meestal wel, met dank aan een uitgekiende voedingsstrategie en een slimme voedsel-app die ervoor zorgt dat de verbruikte energie tijdens het fietsen heel strak weer aangevuld wordt.

Het dagelijks energieverbruik tijdens de Tour ligt op ruim 7500 kilocalorieën, zo laat wetenschappelijk onderzoek zien. Renners in een grote wielerronde opereren daarmee op een niveau van lichamelijke activiteit dat bijna 4,5 keer hoger ligt dan hun rustmetabolisme (BMR). In vergelijking met andere sporten (voetbal: 2,2 x BMR; langeafstandlopen: 2,0 – 2,3 x BMR; alpinisme: 2,2 – 2,5 BMR; roeien: 2,8 x BMR) is het fietsen van een grote ronde daarmee een inspanning met een behoorlijk hoog energieverbruik.

Langdurige inspanning en energieverbruik

Maar het kan nog hoger: bij deelnemers aan de Ironman op Hawaii bijvoorbeeld werd een energieverbruik van 9,4 keer het rustmetabolisme gemeten. Triatleten hebben echter wel het geluk dat ze deze zware inspanning niet weken aan één stuk hoeven te leveren. Dat moesten de twee mannen die in 1997 de Zuidpool over een afstand van 2300 kilometer wilden doorkruisen met elk een joekels zware slee (222 kilogram aan het begin van de trip) achter zich wél. De twee waren in totaal 95 dagen onderweg. Ze gingen diep en hun energieverbruik was navenant: tussen dag 20 en 30 werden waarden van zelfs meer dan zes keer hun rustmetabolisme gemeten.

Uiteindelijk viel tegen dit torenhoge energieverbruik niet op te eten. De twee verloren een kwart van hun lichaamsgewicht en moesten hun expeditie staken. Het laat zien dat er een grens is aan de hoeveelheid energie die mensen dag in dag uit kunnen verbruiken tijdens langdurige inspanning.

In de 25e aflevering praten Gerrit en Jurgen je bij over de energiepuzzel waar een atleet mee te maken krijgt wanneer hij wekenlang aan het rennen of fietsen is. Wat moet je eten voor en tijdens de sport? Tijdens het vaste rondje ‘Zoomen met Vroemen’ horen zij van coach Guido Vroemen over de voedingsstrategie van zijn duur-atleten.

Video over Wat moet je eten bij extreme sportieve inspanning?

Categorieën
Innovaties Seizoen 1 Wielrennen

01. De Vermogensmeter – zorg of zegen?

Home » Wielrennen » Pagina 3

Dit is de allereerste aflevering van de Slimmer Presteren Podcast. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over ‘De Vermogensmeter: zorg of zegen?‘. Ze zoeken het uit in 1 van de Slimmer Presteren Podcast.

De vermogensmeter: wat is dat?

Vermogensmeters (ook wel powermeters genoemd) worden steeds meer gebruikt op de racefiets en mountainbike. Veel sporters zijn bekend met trainen op hartslag, cadans of tijd. Maar om nog specifieker te kunnen trainen heb je een vermogensmeter nodig. Het meet de kracht (wattage) die je moet leveren om vooruit te komen.

Wetenschappelijke kennis in topsport

Wetenschappelijke kennis krijgt een steeds belangrijkere rol in de topsport. Niet iedereen is hier blij mee. Zo menen wielerromantici dat dit hun sport voorspelbaar maakt. En dat renners meer en meer machines worden, die alleen nog maar afgaan op hun vermogensmeter. Maar is dit ook echt zo?

Video over De Vermogensmeter – zorg of zegen?