Dit is de 269e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit Heijkoop, Jurgen van Teeffelen en sportarts Tom Wiggers het over:
Minimumleeftijd hardloopwedstrijd: wat kan een tiener aan?
Steeds meer tieners staan aan de start van een vijf kilometer, een tien mijl of zelfs een halve marathon. Sinds het overlijden van een vijftienjarige deelneemster in Leiden ligt de minimumleeftijd hardloopwedstrijd bij vrijwel elke organisatie op tafel. Toch zegt een geboortejaar fysiologisch verrassend weinig. Waar zit het risico voor een groeiend lichaam dan wél?
Waarom een minimumleeftijd hardloopwedstrijd zo’n logische knop lijkt
Op 10 mei 2026 werd een vijftienjarige deelneemster onwel tijdens de halve marathon van Leiden en overleed ter plaatse. De oorzaak is niet bekendgemaakt.
Sportarts Tom Wiggers, verbonden aan Anna Topsport in Eindhoven en lid van de medische commissie van de Atletiekunie, is daar helder over: over zo’n individueel geval valt niets te zeggen. Een aangeboren hartafwijking laat zich niet aan een afstand koppelen.
Wat er wél gebeurde, is dat honderden loopevenementen ineens dezelfde vraag kregen. Mogen jongeren zomaar meedoen, en zo niet, vanaf welke afstand niet meer?
Dat de marathon ook voor volwassenen zelden zo gevaarlijk is als het lijkt, maakt die vraag voor jonge lopers niet minder urgent. Hun lichaam werkt namelijk anders.
De Uilentorenloop in Leersum, een dorpsloop met ruim elfhonderd deelnemers, paste binnen enkele weken de algemene voorwaarden aan. Onder de tien kilometer minimaal twaalf jaar, daarboven minimaal zestien.
Een stuk of vijftien inschrijvingen vielen onder die nieuwe grenzen. Op de vijf en de acht kilometer stonden kinderen van acht, negen en tien jaar ingeschreven.
Waarom conditie bij jonge duursporters niet het probleem is
Hier gaat de intuïtie van de meeste ouders mis. Zij denken aan conditie, aan een hart dat het niet aankan, aan een kind dat leegloopt.
Precies dat is het probleem niet.
Hart, longen en spieren van een kind kunnen een duurinspanning prima aan, zegt Wiggers. Ook de brandstofvoorziening is geen knelpunt: jonge kinderen draaien voor een groot deel op vetverbranding, en zelfs bij tengere kinderen is die voorraad ruim voldoende.
De Atletiekunie schrijft hetzelfde in het advies: de hart-longcapaciteit van kinderen vóór de puberteit vormt van nature geen beletsel voor duursport. Aerobe duurtraining maakt ze juist fitter.
Inspanningsfysioloog Tim Takken liet eerder in de podcast al zien hoe de fysiologische capaciteiten van kinderen zich verhouden tot die van volwassenen. Op veel punten zijn ze verrassend goed uitgerust voor duurinspanning.
Ook de schaarse cijfers over acute risico’s wijzen die kant op. Tussen 1982 en 2007 finishten 310 lopers jonger dan achttien jaar de Twin Cities Marathon, van 7 tot 17 jaar oud. Vier van hen hadden na afloop medische zorg nodig, allemaal licht van aard.
Dat is 12,9 per 1000 finishers: statistisch niet verschillend van volwassen finishers.
Het risico zit dus niet in de wedstrijddag zelf. Het zit in alles eromheen.
Waarom de groeischijf de zwakste schakel is bij jonge lopers
Een groeischijf is een stuk bot dat nog uit kraakbeenachtig weefsel bestaat en pas later dichtgroeit. Op een röntgenfoto zie je een donkere lijn, tot die uiteindelijk wit wordt.
Op precies die plekken hechten pezen aan. En pezen trekken.
Bij een volwassen loper scheurt onder overbelasting een spier of pees. Bij een jongere met open groeischijven is de groeischijf zelf de kwetsbaarste plek. Meestal ontstaat daar irritatie, een apofysitis. In zeldzame gevallen scheurt er een stukje bot los, een avulsie, en dat heeft Wiggers in de jeugdopleiding echt zien gebeuren.
Die klachten verhuizen mee met de groei. Bij jongens zie je ze rond hun tiende tot twaalfde aan de hielen, rond hun dertiende tot vijftiende aan de knieën, en daarna in de bekkenregio, waar de laatste groeischijven pas richting twintig jaar sluiten. Bij meisjes gebeurt dat gemiddeld één tot twee jaar eerder.
Hardlopen is voor die plekken een ongunstige combinatie. Het is monotoon en het is springen: bij elke stap land je op één been, duizenden keren achter elkaar, altijd op dezelfde manier.
Waarom een uur voetballen iets anders is dan een uur hardlopen
Een veelgehoorde tegenwerping van ouders: mijn kind rent iedere week anderhalf uur over een voetbalveld, dus tien kilometer is een peulenschil.
Qua conditie klopt dat ook. Qua belasting niet.
Voetbal is een intervalsport. Sprinten, stilstaan, joggen, draaien, weer sprinten. Er zitten van nature rustmomenten in en de bewegingen zijn gevarieerd. Hardlopen is continu en herhaalt exact dezelfde beweging, van de eerste tot de laatste minuut.
Dat verschil, en niet de duur, bepaalt het blessurerisico. Overigens komen groeischijfproblemen ook in het voetbal volop voor, en in elke sport waarin veel gesprongen en gedraaid wordt.
Kniepijn bij jonge hardlopers gaat lang niet altijd over
Het gevaarlijkste woord in dit hele verhaal is “groeipijn”. Het klinkt als iets dat overwaait.
Neem patellofemorale pijn, de klacht rond de knieschijf die veel voorkomt in de jeugd en vaker bij meisjes dan bij jongens. Wiggers waarschuwt dat daar veel te makkelijk over wordt gedacht.
De cijfers geven hem gelijk. In een Deens cohortonderzoek onder 504 adolescenten met kniepijn had 55,9 procent twee jaar later nog steeds pijn. Wie de diagnose patellofemorale pijn kreeg, had een 1,26 keer hoger risico om er dan nog last van te hebben, en stopte of minderde vaker met sport.
Twee jaar. Precies in de periode tussen dertien en zestien waarin een kind zijn sportplezier zou moeten ontdekken.
Dat is het scenario waar Wiggers wakker van ligt. Niet het acute incident, maar de tiener die maandenlang aan de kant staat, afhaakt en nooit meer terugkomt. Zeker omdat, zoals hij zelf benadrukt, beweegarmoede een veel groter probleem is dan kinderen die te veel sporten.
Wat een leeftijdsgrens niet kan zien
De ene zestienjarige is de andere niet. Groeispurten beginnen en eindigen op verschillende momenten, en zelfs de geboortemaand speelt mee. Hoe pubers van buiten naar binnen groeien, en wat dat met coördinatie doet, bespraken we eerder met de Masters of Movement.
Een minimumleeftijd hardloopwedstrijd gaat aan die hele biologische spreiding voorbij.
Wat zou een ouder dan wél moeten wegen? Wiggers houdt het bij het basisprincipe van specificiteit: heeft dit kind in training al iets gedaan wat op de wedstrijd lijkt, en rustig opgebouwd?
Drie concrete vragen komen daaruit voort. Heeft dit kind al eens een langere afstand gelopen zonder klachten? Heeft het al eens onder warmere omstandigheden gelopen en ging dat goed? En voelt het druk, van zichzelf, van vrienden of van een ouder?
Die derde vraag is geen bijzaak. Ervaren lopers herkennen het verschil tussen zwaar en verkeerd, jonge lopers hebben daar de trainingsjaren nog niet voor. Hoe hun lichaam op warmte reageert, weten ze vaak nog helemaal niet, en hoe snel het dan misgaat legde thermofysioloog Coen Bongers eerder uit.
Opvallend genoeg is het instrument dat Wiggers in de jeugdopleiding van PSV het belangrijkst noemt geen meetapparaat. Er wordt daar volop GPS-data verzameld en bij het eerste elftal wordt zelfs met biomarkers gewerkt, maar de vraag “hoe voel je je”, oprecht gesteld en met genoeg ruimte om eerlijk te antwoorden, blijft volgens hem het sterkste signaal.
Wat het advies van de Atletiekunie over minimumleeftijden zegt
De medische commissie van de Atletiekunie bracht een advies uit over maximale afstanden per leeftijdscategorie:
U9 (8 jaar) tot 1,5 km
U10 (9 jaar) tot 2,5 km
U12 (10 en 11 jaar) tot 4 km
U14 (12 en 13 jaar) tot 5 km
U16 (14 en 15 jaar) tot 10 km
U18 (16 en 17 jaar) tot 16,1 km
U20 (18 en 19 jaar) tot de marathon
De halve marathon staat er dus feitelijk pas vanaf achttien jaar in. Leiden hanteerde zestien, en dat staat een organisatie volledig vrij: het zijn adviezen, geen regels.
Wiggers zou de bovenkant wel serieus nemen: halve marathon vanaf zestien, marathon vanaf achttien. Daaronder is het advies houvast, geen rode streep.
Internationaal is het beeld rommeliger. De American Academy of Pediatrics houdt het op afstanden tot ongeveer vijf kilometer met individuele medische goedkeuring daarboven, terwijl de Cleveland Clinic een halve marathon vanaf dertien à vijftien jaar acceptabel noemt. Een inventarisatie van twintig topmarathons liet grenzen zien van zeven jaar in Honolulu tot negentien jaar in Tokio.
Een Europese of mondiale consensus is er niet. World Athletics en European Athletics richten zich vooral op baanatletiek en laten wegwedstrijden ongemoeid.
Een medische keuring voor iedereen, zoals in Italië en Frankrijk gebruikelijk is, ziet Wiggers niet zitten. Dat medicaliseert de sport onnodig, is niet waterdicht, en werpt een drempel op precies daar waar beweegarmoede het echte probleem is.
Waarom te vroeg kilometers vreten je basissnelheid kost
Hier komt het argument dat de meeste ouders nog nooit hebben gehoord, en dat misschien wel het sterkste is.
De jeugdjaren zijn hét moment om snelheid, coördinatie en techniek te ontwikkelen. Dat venster gaat niet meer helemaal open.
Wiggers ziet in zijn spreekkamer met enige regelmaat het omgekeerde: lopers die snel naar de lange afstand zijn doorgeschoten of pas laat begonnen, en die een bepaalde snelheid daarna simpelweg niet meer ontwikkelen.
Hij beschrijft een goede loper die ruim onder de 1.10 op de halve marathon kwam, maar op de baan vastliep rond rondjes van 72 seconden, ongeveer twintig kilometer per uur. Verder schakelen lukte niet meer.
Zelf kwam hij uit het voetbal en ging pas op zijn veertiende naar de atletiek. Hij werd tweevoudig Nederlands kampioen bij de senioren, liep in 2016 naar zilver op het NK halve marathon en naar de nationale titel in het veld, en heeft nooit een marathon gelopen. Ook Khalid Choukoud kwam uit het thaiboksen en begon pas op zijn achttiende.
Ook de Atletiekunie schrijft het onomwonden in het advies: prijzenlopers in de jeugd zien we zelden terug op het podium bij de senioren. En wie zich vóór de groeispurt al specialiseert op de lange afstand, loopt bovendien kans op een lagere botmassa dan leeftijdsgenoten die gevarieerd trainen, met risico’s die tot ver in het volwassen leven doorwerken.
De omkering die Wiggers voorstelt is dan ook geen verbod, maar een wedervraag. Waarom zou de uitdaging voor een jonge loper per se in verder zitten, en niet in harder?
Waarom begeleiding beter werkt dan een harde leeftijdsgrens
En dat kind van elf dat dolgraag vijf kilometer door het bos wil rennen, met een startnummer, tussen de grote mensen?
De Uilentorenloop koos voor een vierde bepaling naast de minimumleeftijd hardloopwedstrijd: in overleg met de organisatie mag een jongere deelnemer meedoen, mits die permanent wordt begeleid door een volwassene van achttien jaar of ouder, die verantwoordelijk is voor zowel de gezondheid als het plezier van het kind.
Ruim de helft van de aangeschreven ouders had dat binnen een dag geregeld. Ze liepen gewoon zelf mee.
Dat is meteen de kern. Een startvak met achthonderd volwassenen is voor een kind van negen ook een veiligheidsvraagstuk, geen puur fysiologische. En een begeleider die zegt “we stoppen als het niet gaat” haalt precies de druk weg die het risico maakt.
Diezelfde loop schrapte bij de kidsruns het podium en de winnaar, naar Noors voorbeeld. Dat de Noren het wedstrijdelement uit de jeugdsport halen en er alsnog wereldtoppers uit voortkomen, besprak Gertjan Ettema eerder in de podcast.
3. Praktische take-aways
Kijk naar trainingshistorie, niet naar het geboortejaar
Een leeftijdsgrens is administratief handig en fysiologisch grof. Wat telt is of dit kind de belasting al eens rustig heeft opgebouwd.
Concreet: laat je kind een wedstrijdafstand eerst in training doen, zonder klok en zonder publiek, en kijk of het daarna klachtenvrij blijft.
Behandel groeipijn als een serieus signaal
Terugkerende pijn aan hiel, knie of heup is geen onschuldig ongemakje dat vanzelf overwaait. Volledig stoppen is meestal niet nodig, en vaak zelfs onverstandig.
Concreet: minder de frequentie of de duur van de trainingen in plaats van drie weken volledige rust, en leg de regie bij het kind met vragen als: kun je nog volledig sprinten?
Maak de uitdaging harder in plaats van langer
De jeugdjaren zijn hét moment voor snelheid, techniek en coördinatie. Die winst haal je later niet meer in, terwijl de kilometers altijd nog kunnen.
Concreet: zet dit seizoen een persoonlijk record op de vijf kilometer of een baanwedstrijd als doel, in plaats van een langere afstand.
Vragen die in deze aflevering worden beantwoord zijn:
1. Wat zegt het advies over de minimumleeftijd hardloopwedstrijd?
De medische commissie van de Atletiekunie adviseert maximale afstanden per leeftijdscategorie: tot 1,5 km op 8 jaar, tot 5 km vanaf 12 jaar, tot 10 km vanaf 14 jaar, tot 16,1 km vanaf 16 jaar en de marathon vanaf 18 jaar. De halve marathon valt daarmee feitelijk pas vanaf achttien jaar binnen het advies. Sportarts Tom Wiggers benadrukt dat het adviezen zijn en geen regels. De bovenkant zou hij serieus nemen, maar daaronder is het bedoeld als houvast voor organisatoren en ouders, niet als rode streep.
2. Waarom is de groeischijf de zwakste schakel bij jonge hardlopers?
Een groeischijf is een stuk bot dat nog uit kraakbeenachtig weefsel bestaat en pas later dichtgroeit. Juist daar hechten pezen aan. Waar bij een volwassen loper onder overbelasting een spier of pees scheurt, geeft bij een jongere de groeischijf als eerste mee, legt sportarts Tom Wiggers uit. Meestal ontstaat irritatie, een apofysitis. Bij jongens zit dat rond hun tiende tot twaalfde aan de hielen en rond hun dertiende tot vijftiende aan de knieën. Bij meisjes gebeurt dat gemiddeld één tot twee jaar eerder.
3. Wat is het verschil tussen een uur voetballen en een uur hardlopen?
Qua conditie niets, qua belasting alles. Voetbal is een intervalsport met sprinten, stilstaan, joggen en draaien. Er zitten rustmomenten in en de bewegingen zijn gevarieerd. Hardlopen is continu en herhaalt exact dezelfde beweging, van de eerste tot de laatste minuut, met bij elke stap een landing op één been. Volgens sportarts Tom Wiggers bepaalt dat verschil het blessurerisico, en niet de duur van de inspanning. Ouders die zeggen dat hun kind wekelijks anderhalf uur rent, hebben dus gelijk én ongelijk tegelijk.
4. Welke signalen moeten ouders van een jonge loper serieus nemen?
Terugkerende pijn aan hiel, knie of heup is geen onschuldig ongemak dat vanzelf overwaait. Sportarts Tom Wiggers wijst daarnaast op vermoeidheid die niet wegtrekt en op klachten die na een trainingsvrije periode meteen terugkomen. Volledig stoppen is meestal niet nodig en vaak zelfs onverstandig: verlaag liever de frequentie of de duur. Het belangrijkste instrument is geen meetapparaat maar een vraag. Hoe voel je je, oprecht gesteld en met genoeg ruimte om eerlijk te antwoorden, levert volgens hem het sterkste signaal op.
5. Waarom kost te vroeg lange afstanden lopen later snelheid?
De jeugdjaren zijn hét moment waarop het zenuwstelsel en de spieren snelheid, coördinatie en techniek leren. Dat venster gaat later niet meer helemaal open. Verschuift de focus te vroeg naar veel kilometers in een laag tempo, dan gaat dat volgens sportarts Tom Wiggers permanent ten koste van de basissnelheid. Hij ziet in zijn spreekkamer lopers die op de halve marathon ruim onder de 1.10 komen, maar op de baan vastlopen en niet verder kunnen schakelen. De Atletiekunie schrijft bovendien dat jeugdtoppers zelden terugkeren op het seniorenpodium.
6. Wat kan een organisator doen behalve een leeftijdsgrens hanteren?
Een kalenderleeftijd is administratief handig en fysiologisch grof, want biologische rijpheid verschilt sterk. De Uilentorenloop in Leersum voegde daarom een bepaling toe naast de leeftijdsgrenzen: in overleg mag een jongere deelnemer meedoen, mits die permanent wordt begeleid door een volwassene van achttien jaar of ouder, die verantwoordelijk is voor de gezondheid én het plezier van het kind. Ruim de helft van de aangeschreven ouders regelde dat binnen een dag door zelf mee te lopen. Dat haalt precies de druk weg die het risico maakt.
Handige bronnen en links
- Wikipedia pagina van Tom Wiggers: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tom_Wiggers
- Aandachtsgebieden Tom Wiggers binnen het Anna Ziekenhuis in Eindhoven: https://www.annaziekenhuis.nl/voor-jou-als-patient/algemeen/onze-zorgverleners/tom-wiggers/
- Het advies van de Atletiekunie over maximale afstanden per leeftijdscategorie: https://www.atletiekunie.nl/kenniscentrum/wedstrijdorganisatie/loopevenementen/opzetten-evenement/
- De werkgroep medische zaken van de Atletiekunie, waar Tom Wiggers deel van uitmaakt: https://www.atletiekunie.nl/de-atletiekunie/wie-zijn-wij/commissies-en-werkgroepen/
- Aflevering 101 over de fysiologische verschillen tussen kinderen en volwassenen met inspanningsfysioloog Tim Takken: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-5/101-kinderen-slimmer-laten-sporten-volgens-inspanningsfysioloog-tim-takken/
- Aflevering 221 over hoe om te gaan met de groeispurt bij het trainen van kinderen: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-11/221-kinderen-gezond-laten-sporten-volgens-de-asm-masters-of-movement/
- Aflevering 266 met Coen Bongers over de gevaren van een hitteberoerte: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-13/266-hoe-een-hitteberoerte-te-voorkomen-volgens-thermofysioloog-coen-bongers/
- Aflevering 79 over de vermeende gevaren van een marathon: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-4/79-nog-meer-marathonpraat-over-de-pacer-en-het-gevaar-van-een-marathon-lopen/
- Aflevering 213 met Gertjan Ettema over de Noorse aanpak van jeugdsport: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-11/213-slimmer-presteren-volgens-de-noren-met-gertjan-ettema/
- Consensus statement over deelname van jeugdige sporters aan ultralopen, Scheer e.a. in Sports Medicine (2021): https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33704697/
- Consensus statement over het beperken van blessures en ziekte bij jonge hardlopers, Krabak e.a. in British Journal of Sports Medicine (2021): https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33122252/
- Kinderen en deelname aan de marathon, wat zijn de risico’s? Narratieve review in Journal of Functional Morphology and Kinesiology (2024): https://www.mdpi.com/2411-5142/9/1/47
- Weinig medische problemen bij 310 jonge finishers van de Twin Cities Marathon, Roberts en Nicholson in Clinical Journal of Sport Medicine (2010): https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20606519/
- Kniepijn bij adolescenten gaat lang niet altijd vanzelf over, Rathleff e.a. in The American Journal of Sports Medicine (2016): https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26792702/ Advies van de International Marathon Medical Directors Association over een leeftijdsgrens van 18 jaar voor de marathon: https://immda.org/wp-content/uploads/2015/08/Spring-2009-Revised-Children-and-Marathoning.pdf
